to talk over, talk into, persuade (make someone agree to something, even without fully convincing them)
Tegenwoordige tijd (ik)haal over
Verleden tijd (ik)haalde over
Voltooid deelwoordovergehaald
Volledige vervoeging van het werkwoord overhalen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik haal over
jij haalt over (inversie: haal over jij)
u haalt over
hij/zij/het haalt over
wij halen over
jullie halen over
zij halen over
Verleden tijd
ik haalde over
jij haalde over
u haalde over
hij/zij/het haalde over
wij haalden over
jullie haalden over
zij haalden over
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik overhaal
(dat) jij overhaalt
(dat) u overhaalt
(dat) hij/zij/het overhaalt
(dat) wij overhalen
(dat) jullie overhalen
(dat) zij overhalen
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik overhaalde
(dat) jij overhaalde
(dat) u overhaalde
(dat) hij/zij/het overhaalde
(dat) wij overhaalden
(dat) jullie overhaalden
(dat) zij overhaalden
Gebiedende wijs
Imperatief
haal over
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
overhalen
Gerundium
overhalen
Onvoltooid deelwoord
overhalend
Voltooid deelwoord
overgehaald
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.