to overgrow (to grow or spread over something so as to stifle it)
Tegenwoordige tijd (ik)overgroei
Verleden tijd (ik)overgroeide
Voltooid deelwoordovergroeid
Volledige vervoeging van het werkwoord overgroeien: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik overgroei
jij overgroeit (inversie: overgroei jij)
u overgroeit
hij/zij/het overgroeit
wij overgroeien
jullie overgroeien
zij overgroeien
Verleden tijd
ik overgroeide
jij overgroeide
u overgroeide
hij/zij/het overgroeide
wij overgroeiden
jullie overgroeiden
zij overgroeiden
Gebiedende wijs
Imperatief
overgroei
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
overgroeien
Gerundium
overgroeien
Onvoltooid deelwoord
overgroeiend
Voltooid deelwoord
overgroeid
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.