to (be) match(ed), fit, go together, or even equal
Tegenwoordige tijd (ik)stem overeen
Verleden tijd (ik)stemde overeen
Voltooid deelwoordovereengestemd
Volledige vervoeging van het werkwoord overeenstemmen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik stem overeen
jij stemt overeen (inversie: stem overeen jij)
u stemt overeen
hij/zij/het stemt overeen
wij stemmen overeen
jullie stemmen overeen
zij stemmen overeen
Verleden tijd
ik stemde overeen
jij stemde overeen
u stemde overeen
hij/zij/het stemde overeen
wij stemden overeen
jullie stemden overeen
zij stemden overeen
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik overeenstem
(dat) jij overeenstemt
(dat) u overeenstemt
(dat) hij/zij/het overeenstemt
(dat) wij overeenstemmen
(dat) jullie overeenstemmen
(dat) zij overeenstemmen
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik overeenstemde
(dat) jij overeenstemde
(dat) u overeenstemde
(dat) hij/zij/het overeenstemde
(dat) wij overeenstemden
(dat) jullie overeenstemden
(dat) zij overeenstemden
Gebiedende wijs
Imperatief
stem overeen
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
overeenstemmen
Gerundium
overeenstemmen
Onvoltooid deelwoord
overeenstemmend
Voltooid deelwoord
overeengestemd
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.