Vervoeging van overeenlopen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

overeenlopen
to match
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)loop overeen
Verleden tijd (ik)liep overeen
Voltooid deelwoordovereengelopen
Volledige vervoeging van het werkwoord overeenlopen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik loop overeen
jij loopt overeen (inversie: loop overeen jij)
u loopt overeen
hij/zij/het loopt overeen
wij lopen overeen
jullie lopen overeen
zij lopen overeen

Verleden tijd

ik liep overeen
jij liep overeen
u liep overeen
hij/zij/het liep overeen
wij liepen overeen
jullie liepen overeen
zij liepen overeen

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik overeenloop
(dat) jij overeenloopt
(dat) u overeenloopt
(dat) hij/zij/het overeenloopt
(dat) wij overeenlopen
(dat) jullie overeenlopen
(dat) zij overeenlopen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik overeenliep
(dat) jij overeenliep
(dat) u overeenliep
(dat) hij/zij/het overeenliep
(dat) wij overeenliepen
(dat) jullie overeenliepen
(dat) zij overeenliepen

Gebiedende wijs

Imperatief

loop overeen

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

overeenlopen

Gerundium

overeenlopen

Onvoltooid deelwoord

overeenlopend

Voltooid deelwoord

overeengelopen

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.