to convey, hand over, transfer (note: this can be either voluntary, as of some property, or involuntary, as of a contagious disease)
Tegenwoordige tijd (ik)draag over
Verleden tijd (ik)droeg over
Voltooid deelwoordovergedragen
Volledige vervoeging van het werkwoord overdragen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik draag over
jij draagt over (inversie: draag over jij)
u draagt over
hij/zij/het draagt over
wij dragen over
jullie dragen over
zij dragen over
Verleden tijd
ik droeg over
jij droeg over
u droeg over
hij/zij/het droeg over
wij droegen over
jullie droegen over
zij droegen over
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik overdraag
(dat) jij overdraagt
(dat) u overdraagt
(dat) hij/zij/het overdraagt
(dat) wij overdragen
(dat) jullie overdragen
(dat) zij overdragen
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik overdroeg
(dat) jij overdroeg
(dat) u overdroeg
(dat) hij/zij/het overdroeg
(dat) wij overdroegen
(dat) jullie overdroegen
(dat) zij overdroegen
Gebiedende wijs
Imperatief
draag over
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
overdragen
Gerundium
overdragen
Onvoltooid deelwoord
overdragend
Voltooid deelwoord
overgedragen
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.