Vervoeging van overbruggen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

overbruggen
to bridge, to span
weak
Tegenwoordige tijd (ik)overbrug
Verleden tijd (ik)overbrugde
Voltooid deelwoordoverbrugd
Volledige vervoeging van het werkwoord overbruggen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik overbrug
jij overbrugt (inversie: overbrug jij)
u overbrugt
hij/zij/het overbrugt
wij overbruggen
jullie overbruggen
zij overbruggen

Verleden tijd

ik overbrugde
jij overbrugde
u overbrugde
hij/zij/het overbrugde
wij overbrugden
jullie overbrugden
zij overbrugden

Gebiedende wijs

Imperatief

overbrug

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

overbruggen

Gerundium

overbruggen

Onvoltooid deelwoord

overbruggend

Voltooid deelwoord

overbrugd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.