to out oneself (reveal oneself as having a certain secret)
Tegenwoordige tijd (ik)out
Verleden tijd (ik)outte
Voltooid deelwoordgeout
Volledige vervoeging van het werkwoord outen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik out
jij out
u out
hij/zij/het out
wij outen
jullie outen
zij outen
Verleden tijd
ik outte
jij outte
u outte
hij/zij/het outte
wij outten
jullie outten
zij outten
Gebiedende wijs
Imperatief
out
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
outen
Gerundium
outen
Onvoltooid deelwoord
outend
Voltooid deelwoord
geout
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.