Vervoeging van orgelen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

orgelen
to play the organ
weak
Tegenwoordige tijd (ik)orgel
Verleden tijd (ik)orgelde
Voltooid deelwoordgeorgeld
Volledige vervoeging van het werkwoord orgelen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik orgel
jij orgelt (inversie: orgel jij)
u orgelt
hij/zij/het orgelt
wij orgelen
jullie orgelen
zij orgelen

Verleden tijd

ik orgelde
jij orgelde
u orgelde
hij/zij/het orgelde
wij orgelden
jullie orgelden
zij orgelden

Gebiedende wijs

Imperatief

orgel

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

orgelen

Gerundium

orgelen

Onvoltooid deelwoord

orgelend

Voltooid deelwoord

georgeld

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.