Vervoeging van opzwellen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

opzwellen
To swell up.
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)zwel op
Verleden tijd (ik)zwol op
Voltooid deelwoordopgezwollen
Volledige vervoeging van het werkwoord opzwellen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik zwel op
jij zwelt op (inversie: zwel op jij)
u zwelt op
hij/zij/het zwelt op
wij zwellen op
jullie zwellen op
zij zwellen op

Verleden tijd

ik zwol op
jij zwol op
u zwol op
hij/zij/het zwol op
wij zwollen op
jullie zwollen op
zij zwollen op

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik opzwel
(dat) jij opzwelt
(dat) u opzwelt
(dat) hij/zij/het opzwelt
(dat) wij opzwellen
(dat) jullie opzwellen
(dat) zij opzwellen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik opzwol
(dat) jij opzwol
(dat) u opzwol
(dat) hij/zij/het opzwol
(dat) wij opzwollen
(dat) jullie opzwollen
(dat) zij opzwollen

Gebiedende wijs

Imperatief

zwel op

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

opzwellen

Gerundium

opzwellen

Onvoltooid deelwoord

opzwellend

Voltooid deelwoord

opgezwollen

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.