Vervoeging van opzouten

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

opzouten
to salt up, to pickle
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)zout op
Verleden tijd (ik)zoutte op
Voltooid deelwoordopgezout
Volledige vervoeging van het werkwoord opzouten: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik zout op
jij zout op
u zout op
hij/zij/het zout op
wij zouten op
jullie zouten op
zij zouten op

Verleden tijd

ik zoutte op
jij zoutte op
u zoutte op
hij/zij/het zoutte op
wij zoutten op
jullie zoutten op
zij zoutten op

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik opzout
(dat) jij opzout
(dat) u opzout
(dat) hij/zij/het opzout
(dat) wij opzouten
(dat) jullie opzouten
(dat) zij opzouten

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik opzoutte
(dat) jij opzoutte
(dat) u opzoutte
(dat) hij/zij/het opzoutte
(dat) wij opzoutten
(dat) jullie opzoutten
(dat) zij opzoutten

Gebiedende wijs

Imperatief

zout op

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

opzouten

Gerundium

opzouten

Onvoltooid deelwoord

opzoutend

Voltooid deelwoord

opgezout

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.