Vervoeging van opzoomeren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

opzoomeren
to increase the quality of life and social cohesion in a residential street, especially in poorer areas, through communally organized initiatives such as social
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)zoomer op
Verleden tijd (ik)zoomerde op
Voltooid deelwoordopgezoomerd
Volledige vervoeging van het werkwoord opzoomeren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik zoomer op
jij zoomert op (inversie: zoomer op jij)
u zoomert op
hij/zij/het zoomert op
wij zoomeren op
jullie zoomeren op
zij zoomeren op

Verleden tijd

ik zoomerde op
jij zoomerde op
u zoomerde op
hij/zij/het zoomerde op
wij zoomerden op
jullie zoomerden op
zij zoomerden op

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik opzoomer
(dat) jij opzoomert
(dat) u opzoomert
(dat) hij/zij/het opzoomert
(dat) wij opzoomeren
(dat) jullie opzoomeren
(dat) zij opzoomeren

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik opzoomerde
(dat) jij opzoomerde
(dat) u opzoomerde
(dat) hij/zij/het opzoomerde
(dat) wij opzoomerden
(dat) jullie opzoomerden
(dat) zij opzoomerden

Gebiedende wijs

Imperatief

zoomer op

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

opzoomeren

Gerundium

opzoomeren

Onvoltooid deelwoord

opzoomerend

Voltooid deelwoord

opgezoomerd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.