Vervoeging van opwassen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

opwassen
to grow up
separable strong weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)was op
Verleden tijd (ik)waste op
Voltooid deelwoordopgewassen
Volledige vervoeging van het werkwoord opwassen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik was op
jij wast op (inversie: was op jij)
u wast op
hij/zij/het wast op
wij wassen op
jullie wassen op
zij wassen op

Verleden tijd

ik waste op
jij waste op
u waste op
hij/zij/het waste op
wij wasten op
jullie wasten op
zij wasten op

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik opwas
(dat) jij opwast
(dat) u opwast
(dat) hij/zij/het opwast
(dat) wij opwassen
(dat) jullie opwassen
(dat) zij opwassen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik opwaste
(dat) jij opwaste
(dat) u opwaste
(dat) hij/zij/het opwaste
(dat) wij opwasten
(dat) jullie opwasten
(dat) zij opwasten

Gebiedende wijs

Imperatief

was op

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

opwassen

Gerundium

opwassen

Onvoltooid deelwoord

opwassend

Voltooid deelwoord

opgewassen

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.