Vervoeging van opwachten

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

opwachten
to waylay (to lie in wait for and attack from ambush)
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)wacht op
Verleden tijd (ik)wachtte op
Voltooid deelwoordopgewacht
Volledige vervoeging van het werkwoord opwachten: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik wacht op
jij wacht op
u wacht op
hij/zij/het wacht op
wij wachten op
jullie wachten op
zij wachten op

Verleden tijd

ik wachtte op
jij wachtte op
u wachtte op
hij/zij/het wachtte op
wij wachtten op
jullie wachtten op
zij wachtten op

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik opwacht
(dat) jij opwacht
(dat) u opwacht
(dat) hij/zij/het opwacht
(dat) wij opwachten
(dat) jullie opwachten
(dat) zij opwachten

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik opwachtte
(dat) jij opwachtte
(dat) u opwachtte
(dat) hij/zij/het opwachtte
(dat) wij opwachtten
(dat) jullie opwachtten
(dat) zij opwachtten

Gebiedende wijs

Imperatief

wacht op

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

opwachten

Gerundium

opwachten

Onvoltooid deelwoord

opwachtend

Voltooid deelwoord

opgewacht

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.