Vervoeging van opwaarderen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

opwaarderen
to revalue, increase in value
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)waardeer op
Verleden tijd (ik)waardeerde op
Voltooid deelwoordopgewaardeerd
Volledige vervoeging van het werkwoord opwaarderen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik waardeer op
jij waardeert op (inversie: waardeer op jij)
u waardeert op
hij/zij/het waardeert op
wij waarderen op
jullie waarderen op
zij waarderen op

Verleden tijd

ik waardeerde op
jij waardeerde op
u waardeerde op
hij/zij/het waardeerde op
wij waardeerden op
jullie waardeerden op
zij waardeerden op

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik opwaardeer
(dat) jij opwaardeert
(dat) u opwaardeert
(dat) hij/zij/het opwaardeert
(dat) wij opwaarderen
(dat) jullie opwaarderen
(dat) zij opwaarderen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik opwaardeerde
(dat) jij opwaardeerde
(dat) u opwaardeerde
(dat) hij/zij/het opwaardeerde
(dat) wij opwaardeerden
(dat) jullie opwaardeerden
(dat) zij opwaardeerden

Gebiedende wijs

Imperatief

waardeer op

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

opwaarderen

Gerundium

opwaarderen

Onvoltooid deelwoord

opwaarderend

Voltooid deelwoord

opgewaardeerd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.