Vervoeging van opvullen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

opvullen
to fill up
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)vul op
Verleden tijd (ik)vulde op
Voltooid deelwoordopgevuld
Volledige vervoeging van het werkwoord opvullen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik vul op
jij vult op (inversie: vul op jij)
u vult op
hij/zij/het vult op
wij vullen op
jullie vullen op
zij vullen op

Verleden tijd

ik vulde op
jij vulde op
u vulde op
hij/zij/het vulde op
wij vulden op
jullie vulden op
zij vulden op

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik opvul
(dat) jij opvult
(dat) u opvult
(dat) hij/zij/het opvult
(dat) wij opvullen
(dat) jullie opvullen
(dat) zij opvullen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik opvulde
(dat) jij opvulde
(dat) u opvulde
(dat) hij/zij/het opvulde
(dat) wij opvulden
(dat) jullie opvulden
(dat) zij opvulden

Gebiedende wijs

Imperatief

vul op

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

opvullen

Gerundium

opvullen

Onvoltooid deelwoord

opvullend

Voltooid deelwoord

opgevuld

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.