Vervoeging van opvrolijken

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

opvrolijken
to cheer up
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)vrolijk op
Verleden tijd (ik)vrolijkte op
Voltooid deelwoordopgevrolijkt
Volledige vervoeging van het werkwoord opvrolijken: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik vrolijk op
jij vrolijkt op (inversie: vrolijk op jij)
u vrolijkt op
hij/zij/het vrolijkt op
wij vrolijken op
jullie vrolijken op
zij vrolijken op

Verleden tijd

ik vrolijkte op
jij vrolijkte op
u vrolijkte op
hij/zij/het vrolijkte op
wij vrolijkten op
jullie vrolijkten op
zij vrolijkten op

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik opvrolijk
(dat) jij opvrolijkt
(dat) u opvrolijkt
(dat) hij/zij/het opvrolijkt
(dat) wij opvrolijken
(dat) jullie opvrolijken
(dat) zij opvrolijken

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik opvrolijkte
(dat) jij opvrolijkte
(dat) u opvrolijkte
(dat) hij/zij/het opvrolijkte
(dat) wij opvrolijkten
(dat) jullie opvrolijkten
(dat) zij opvrolijkten

Gebiedende wijs

Imperatief

vrolijk op

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

opvrolijken

Gerundium

opvrolijken

Onvoltooid deelwoord

opvrolijkend

Voltooid deelwoord

opgevrolijkt

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.