Vervoeging van opvolgen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

opvolgen
to succeed (come after, be next in line to)
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)volg op
Verleden tijd (ik)volgde op
Voltooid deelwoordopgevolgd
Volledige vervoeging van het werkwoord opvolgen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik volg op
jij volgt op (inversie: volg op jij)
u volgt op
hij/zij/het volgt op
wij volgen op
jullie volgen op
zij volgen op

Verleden tijd

ik volgde op
jij volgde op
u volgde op
hij/zij/het volgde op
wij volgden op
jullie volgden op
zij volgden op

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik opvolg
(dat) jij opvolgt
(dat) u opvolgt
(dat) hij/zij/het opvolgt
(dat) wij opvolgen
(dat) jullie opvolgen
(dat) zij opvolgen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik opvolgde
(dat) jij opvolgde
(dat) u opvolgde
(dat) hij/zij/het opvolgde
(dat) wij opvolgden
(dat) jullie opvolgden
(dat) zij opvolgden

Gebiedende wijs

Imperatief

volg op

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

opvolgen

Gerundium

opvolgen

Onvoltooid deelwoord

opvolgend

Voltooid deelwoord

opgevolgd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.