to perform (e.g. a play or opera)
Tegenwoordige tijd (ik)voer op
Verleden tijd (ik)voerde op
Voltooid deelwoordopgevoerd
Volledige vervoeging van het werkwoord opvoeren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik voer op
jij voert op (inversie: voer op jij)
u voert op
hij/zij/het voert op
wij voeren op
jullie voeren op
zij voeren op
Verleden tijd
ik voerde op
jij voerde op
u voerde op
hij/zij/het voerde op
wij voerden op
jullie voerden op
zij voerden op
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik opvoer
(dat) jij opvoert
(dat) u opvoert
(dat) hij/zij/het opvoert
(dat) wij opvoeren
(dat) jullie opvoeren
(dat) zij opvoeren
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik opvoerde
(dat) jij opvoerde
(dat) u opvoerde
(dat) hij/zij/het opvoerde
(dat) wij opvoerden
(dat) jullie opvoerden
(dat) zij opvoerden
Gebiedende wijs
Imperatief
voer op
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
opvoeren
Gerundium
opvoeren
Onvoltooid deelwoord
opvoerend
Voltooid deelwoord
opgevoerd
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.