Vervoeging van opvallen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

opvallen
to stand out
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)val op
Verleden tijd (ik)viel op
Voltooid deelwoordopgevallen
Volledige vervoeging van het werkwoord opvallen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik val op
jij valt op (inversie: val op jij)
u valt op
hij/zij/het valt op
wij vallen op
jullie vallen op
zij vallen op

Verleden tijd

ik viel op
jij viel op
u viel op
hij/zij/het viel op
wij vielen op
jullie vielen op
zij vielen op

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik opval
(dat) jij opvalt
(dat) u opvalt
(dat) hij/zij/het opvalt
(dat) wij opvallen
(dat) jullie opvallen
(dat) zij opvallen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik opviel
(dat) jij opviel
(dat) u opviel
(dat) hij/zij/het opviel
(dat) wij opvielen
(dat) jullie opvielen
(dat) zij opvielen

Gebiedende wijs

Imperatief

val op

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

opvallen

Gerundium

opvallen

Onvoltooid deelwoord

opvallend

Voltooid deelwoord

opgevallen

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.