Vervoeging van optuigen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

optuigen
to rig, to set up
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)tuig op
Verleden tijd (ik)tuigde op
Voltooid deelwoordopgetuigd
Volledige vervoeging van het werkwoord optuigen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik tuig op
jij tuigt op (inversie: tuig op jij)
u tuigt op
hij/zij/het tuigt op
wij tuigen op
jullie tuigen op
zij tuigen op

Verleden tijd

ik tuigde op
jij tuigde op
u tuigde op
hij/zij/het tuigde op
wij tuigden op
jullie tuigden op
zij tuigden op

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik optuig
(dat) jij optuigt
(dat) u optuigt
(dat) hij/zij/het optuigt
(dat) wij optuigen
(dat) jullie optuigen
(dat) zij optuigen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik optuigde
(dat) jij optuigde
(dat) u optuigde
(dat) hij/zij/het optuigde
(dat) wij optuigden
(dat) jullie optuigden
(dat) zij optuigden

Gebiedende wijs

Imperatief

tuig op

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

optuigen

Gerundium

optuigen

Onvoltooid deelwoord

optuigend

Voltooid deelwoord

opgetuigd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.