Vervoeging van optellen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

optellen
to add
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)tel op
Verleden tijd (ik)telde op
Voltooid deelwoordopgeteld
Volledige vervoeging van het werkwoord optellen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik tel op
jij telt op (inversie: tel op jij)
u telt op
hij/zij/het telt op
wij tellen op
jullie tellen op
zij tellen op

Verleden tijd

ik telde op
jij telde op
u telde op
hij/zij/het telde op
wij telden op
jullie telden op
zij telden op

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik optel
(dat) jij optelt
(dat) u optelt
(dat) hij/zij/het optelt
(dat) wij optellen
(dat) jullie optellen
(dat) zij optellen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik optelde
(dat) jij optelde
(dat) u optelde
(dat) hij/zij/het optelde
(dat) wij optelden
(dat) jullie optelden
(dat) zij optelden

Gebiedende wijs

Imperatief

tel op

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

optellen

Gerundium

optellen

Onvoltooid deelwoord

optellend

Voltooid deelwoord

opgeteld

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.