Vervoeging van opsporen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

opsporen
to trace, identify
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)spoor op
Verleden tijd (ik)spoorde op
Voltooid deelwoordopgespoord
Volledige vervoeging van het werkwoord opsporen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik spoor op
jij spoort op (inversie: spoor op jij)
u spoort op
hij/zij/het spoort op
wij sporen op
jullie sporen op
zij sporen op

Verleden tijd

ik spoorde op
jij spoorde op
u spoorde op
hij/zij/het spoorde op
wij spoorden op
jullie spoorden op
zij spoorden op

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik opspoor
(dat) jij opspoort
(dat) u opspoort
(dat) hij/zij/het opspoort
(dat) wij opsporen
(dat) jullie opsporen
(dat) zij opsporen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik opspoorde
(dat) jij opspoorde
(dat) u opspoorde
(dat) hij/zij/het opspoorde
(dat) wij opspoorden
(dat) jullie opspoorden
(dat) zij opspoorden

Gebiedende wijs

Imperatief

spoor op

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

opsporen

Gerundium

opsporen

Onvoltooid deelwoord

opsporend

Voltooid deelwoord

opgespoord

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.