to disperse and be projected in droplets; to spatter, to splash, to scatter (usually in haphazard or random directions with a vertical component)
Tegenwoordige tijd (ik)spat op
Verleden tijd (ik)spatte op
Voltooid deelwoordopgespat
Volledige vervoeging van het werkwoord opspatten: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik spat op
jij spat op
u spat op
hij/zij/het spat op
wij spatten op
jullie spatten op
zij spatten op
Verleden tijd
ik spatte op
jij spatte op
u spatte op
hij/zij/het spatte op
wij spatten op
jullie spatten op
zij spatten op
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik opspat
(dat) jij opspat
(dat) u opspat
(dat) hij/zij/het opspat
(dat) wij opspatten
(dat) jullie opspatten
(dat) zij opspatten
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik opspatte
(dat) jij opspatte
(dat) u opspatte
(dat) hij/zij/het opspatte
(dat) wij opspatten
(dat) jullie opspatten
(dat) zij opspatten
Gebiedende wijs
Imperatief
spat op
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
opspatten
Gerundium
opspatten
Onvoltooid deelwoord
opspattend
Voltooid deelwoord
opgespat
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.