Vervoeging van opsouperen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

opsouperen
to use up (allowance, quota, etc.)
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)soupeer op
Verleden tijd (ik)soupeerde op
Voltooid deelwoordopgesoupeerd
Volledige vervoeging van het werkwoord opsouperen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik soupeer op
jij soupeert op (inversie: soupeer op jij)
u soupeert op
hij/zij/het soupeert op
wij souperen op
jullie souperen op
zij souperen op

Verleden tijd

ik soupeerde op
jij soupeerde op
u soupeerde op
hij/zij/het soupeerde op
wij soupeerden op
jullie soupeerden op
zij soupeerden op

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik opsoupeer
(dat) jij opsoupeert
(dat) u opsoupeert
(dat) hij/zij/het opsoupeert
(dat) wij opsouperen
(dat) jullie opsouperen
(dat) zij opsouperen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik opsoupeerde
(dat) jij opsoupeerde
(dat) u opsoupeerde
(dat) hij/zij/het opsoupeerde
(dat) wij opsoupeerden
(dat) jullie opsoupeerden
(dat) zij opsoupeerden

Gebiedende wijs

Imperatief

soupeer op

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

opsouperen

Gerundium

opsouperen

Onvoltooid deelwoord

opsouperend

Voltooid deelwoord

opgesoupeerd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.