Vervoeging van opslaan

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

opslaan
to save, to store (a file, page)
irregular separable strong
scheidbaar
onregelmatig
Tegenwoordige tijd (ik)sla op
Verleden tijd (ik)sloeg op
Voltooid deelwoordopgeslagen
Volledige vervoeging van het werkwoord opslaan: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik sla op
jij slaat op (inversie: sla op jij)
u slaat op
hij/zij/het slaat op
wij slaan op
jullie slaan op
zij slaan op

Verleden tijd

ik sloeg op
jij sloeg op
u sloeg op
hij/zij/het sloeg op
wij sloegen op
jullie sloegen op
zij sloegen op

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik opsla
(dat) jij opslaat
(dat) u opslaat
(dat) hij/zij/het opslaat
(dat) wij opslaan
(dat) jullie opslaan
(dat) zij opslaan

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik opsloeg
(dat) jij opsloeg
(dat) u opsloeg
(dat) hij/zij/het opsloeg
(dat) wij opsloegen
(dat) jullie opsloegen
(dat) zij opsloegen

Gebiedende wijs

Imperatief

sla op

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

opslaan

Gerundium

opslaan

Onvoltooid deelwoord

opslaand

Voltooid deelwoord

opgeslagen

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.