Vervoeging van opscharen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

opscharen
get
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)schaar op
Verleden tijd (ik)schaarde op
Voltooid deelwoordopgeschaard
Volledige vervoeging van het werkwoord opscharen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik schaar op
jij schaart op (inversie: schaar op jij)
u schaart op
hij/zij/het schaart op
wij scharen op
jullie scharen op
zij scharen op

Verleden tijd

ik schaarde op
jij schaarde op
u schaarde op
hij/zij/het schaarde op
wij schaarden op
jullie schaarden op
zij schaarden op

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik opschaar
(dat) jij opschaart
(dat) u opschaart
(dat) hij/zij/het opschaart
(dat) wij opscharen
(dat) jullie opscharen
(dat) zij opscharen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik opschaarde
(dat) jij opschaarde
(dat) u opschaarde
(dat) hij/zij/het opschaarde
(dat) wij opschaarden
(dat) jullie opschaarden
(dat) zij opschaarden

Gebiedende wijs

Imperatief

schaar op

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

opscharen

Gerundium

opscharen

Onvoltooid deelwoord

opscharend

Voltooid deelwoord

opgeschaard

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.