Vervoeging van opruimen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

opruimen
to clean (something) up,
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)ruim op
Verleden tijd (ik)ruimde op
Voltooid deelwoordopgeruimd
Volledige vervoeging van het werkwoord opruimen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik ruim op
jij ruimt op (inversie: ruim op jij)
u ruimt op
hij/zij/het ruimt op
wij ruimen op
jullie ruimen op
zij ruimen op

Verleden tijd

ik ruimde op
jij ruimde op
u ruimde op
hij/zij/het ruimde op
wij ruimden op
jullie ruimden op
zij ruimden op

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik opruim
(dat) jij opruimt
(dat) u opruimt
(dat) hij/zij/het opruimt
(dat) wij opruimen
(dat) jullie opruimen
(dat) zij opruimen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik opruimde
(dat) jij opruimde
(dat) u opruimde
(dat) hij/zij/het opruimde
(dat) wij opruimden
(dat) jullie opruimden
(dat) zij opruimden

Gebiedende wijs

Imperatief

ruim op

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

opruimen

Gerundium

opruimen

Onvoltooid deelwoord

opruimend

Voltooid deelwoord

opgeruimd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.