to fuck off, get lost, go to hell
Tegenwoordige tijd (ik)rot op
Verleden tijd (ik)rotte op
Voltooid deelwoordopgerot
Volledige vervoeging van het werkwoord oprotten: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik rot op
jij rot op
u rot op
hij/zij/het rot op
wij rotten op
jullie rotten op
zij rotten op
Verleden tijd
ik rotte op
jij rotte op
u rotte op
hij/zij/het rotte op
wij rotten op
jullie rotten op
zij rotten op
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik oprot
(dat) jij oprot
(dat) u oprot
(dat) hij/zij/het oprot
(dat) wij oprotten
(dat) jullie oprotten
(dat) zij oprotten
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik oprotte
(dat) jij oprotte
(dat) u oprotte
(dat) hij/zij/het oprotte
(dat) wij oprotten
(dat) jullie oprotten
(dat) zij oprotten
Gebiedende wijs
Imperatief
rot op
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
oprotten
Gerundium
oprotten
Onvoltooid deelwoord
oprottend
Voltooid deelwoord
opgerot
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.