Vervoeging van oprollen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

oprollen
to roll up
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)rol op
Verleden tijd (ik)rolde op
Voltooid deelwoordopgerold
Volledige vervoeging van het werkwoord oprollen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik rol op
jij rolt op (inversie: rol op jij)
u rolt op
hij/zij/het rolt op
wij rollen op
jullie rollen op
zij rollen op

Verleden tijd

ik rolde op
jij rolde op
u rolde op
hij/zij/het rolde op
wij rolden op
jullie rolden op
zij rolden op

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik oprol
(dat) jij oprolt
(dat) u oprolt
(dat) hij/zij/het oprolt
(dat) wij oprollen
(dat) jullie oprollen
(dat) zij oprollen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik oprolde
(dat) jij oprolde
(dat) u oprolde
(dat) hij/zij/het oprolde
(dat) wij oprolden
(dat) jullie oprolden
(dat) zij oprolden

Gebiedende wijs

Imperatief

rol op

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

oprollen

Gerundium

oprollen

Onvoltooid deelwoord

oprollend

Voltooid deelwoord

opgerold

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.