Vervoeging van opraken

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

opraken
to run out
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)raak op
Verleden tijd (ik)raakte op
Voltooid deelwoordopgeraakt
Volledige vervoeging van het werkwoord opraken: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik raak op
jij raakt op (inversie: raak op jij)
u raakt op
hij/zij/het raakt op
wij raken op
jullie raken op
zij raken op

Verleden tijd

ik raakte op
jij raakte op
u raakte op
hij/zij/het raakte op
wij raakten op
jullie raakten op
zij raakten op

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik opraak
(dat) jij opraakt
(dat) u opraakt
(dat) hij/zij/het opraakt
(dat) wij opraken
(dat) jullie opraken
(dat) zij opraken

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik opraakte
(dat) jij opraakte
(dat) u opraakte
(dat) hij/zij/het opraakte
(dat) wij opraakten
(dat) jullie opraakten
(dat) zij opraakten

Gebiedende wijs

Imperatief

raak op

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

opraken

Gerundium

opraken

Onvoltooid deelwoord

oprakend

Voltooid deelwoord

opgeraakt

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.