Vervoeging van oppleuren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

oppleuren
to sod off
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)pleur op
Verleden tijd (ik)pleurde op
Voltooid deelwoordopgepleurd
Volledige vervoeging van het werkwoord oppleuren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik pleur op
jij pleurt op (inversie: pleur op jij)
u pleurt op
hij/zij/het pleurt op
wij pleuren op
jullie pleuren op
zij pleuren op

Verleden tijd

ik pleurde op
jij pleurde op
u pleurde op
hij/zij/het pleurde op
wij pleurden op
jullie pleurden op
zij pleurden op

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik oppleur
(dat) jij oppleurt
(dat) u oppleurt
(dat) hij/zij/het oppleurt
(dat) wij oppleuren
(dat) jullie oppleuren
(dat) zij oppleuren

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik oppleurde
(dat) jij oppleurde
(dat) u oppleurde
(dat) hij/zij/het oppleurde
(dat) wij oppleurden
(dat) jullie oppleurden
(dat) zij oppleurden

Gebiedende wijs

Imperatief

pleur op

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

oppleuren

Gerundium

oppleuren

Onvoltooid deelwoord

oppleurend

Voltooid deelwoord

opgepleurd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.