Vervoeging van oppeuzelen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

oppeuzelen
to eat something in its entirety, especially with small bites or nibbles
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)peuzel op
Verleden tijd (ik)peuzelde op
Voltooid deelwoordopgepeuzeld
Volledige vervoeging van het werkwoord oppeuzelen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik peuzel op
jij peuzelt op (inversie: peuzel op jij)
u peuzelt op
hij/zij/het peuzelt op
wij peuzelen op
jullie peuzelen op
zij peuzelen op

Verleden tijd

ik peuzelde op
jij peuzelde op
u peuzelde op
hij/zij/het peuzelde op
wij peuzelden op
jullie peuzelden op
zij peuzelden op

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik oppeuzel
(dat) jij oppeuzelt
(dat) u oppeuzelt
(dat) hij/zij/het oppeuzelt
(dat) wij oppeuzelen
(dat) jullie oppeuzelen
(dat) zij oppeuzelen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik oppeuzelde
(dat) jij oppeuzelde
(dat) u oppeuzelde
(dat) hij/zij/het oppeuzelde
(dat) wij oppeuzelden
(dat) jullie oppeuzelden
(dat) zij oppeuzelden

Gebiedende wijs

Imperatief

peuzel op

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

oppeuzelen

Gerundium

oppeuzelen

Onvoltooid deelwoord

oppeuzelend

Voltooid deelwoord

opgepeuzeld

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.