Vervoeging van oppassen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

oppassen
to watch out, beware
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)pas op
Verleden tijd (ik)paste op
Voltooid deelwoordopgepast
Volledige vervoeging van het werkwoord oppassen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik pas op
jij past op (inversie: pas op jij)
u past op
hij/zij/het past op
wij passen op
jullie passen op
zij passen op

Verleden tijd

ik paste op
jij paste op
u paste op
hij/zij/het paste op
wij pasten op
jullie pasten op
zij pasten op

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik oppas
(dat) jij oppast
(dat) u oppast
(dat) hij/zij/het oppast
(dat) wij oppassen
(dat) jullie oppassen
(dat) zij oppassen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik oppaste
(dat) jij oppaste
(dat) u oppaste
(dat) hij/zij/het oppaste
(dat) wij oppasten
(dat) jullie oppasten
(dat) zij oppasten

Gebiedende wijs

Imperatief

pas op

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

oppassen

Gerundium

oppassen

Onvoltooid deelwoord

oppassend

Voltooid deelwoord

opgepast

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.