Vervoeging van opnemen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

opnemen
to pick up, to raise
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)neem op
Verleden tijd (ik)nam op
Voltooid deelwoordopgenomen
Volledige vervoeging van het werkwoord opnemen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik neem op
jij neemt op (inversie: neem op jij)
u neemt op
hij/zij/het neemt op
wij nemen op
jullie nemen op
zij nemen op

Verleden tijd

ik nam op
jij nam op
u nam op
hij/zij/het nam op
wij namen op
jullie namen op
zij namen op

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik opneem
(dat) jij opneemt
(dat) u opneemt
(dat) hij/zij/het opneemt
(dat) wij opnemen
(dat) jullie opnemen
(dat) zij opnemen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik opnam
(dat) jij opnam
(dat) u opnam
(dat) hij/zij/het opnam
(dat) wij opnamen
(dat) jullie opnamen
(dat) zij opnamen

Gebiedende wijs

Imperatief

neem op

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

opnemen

Gerundium

opnemen

Onvoltooid deelwoord

opnemend

Voltooid deelwoord

opgenomen

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.