Vervoeging van opnaaien

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

opnaaien
rile up, provoke, excite
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)naai op
Verleden tijd (ik)naaide op
Voltooid deelwoordopgenaaid
Volledige vervoeging van het werkwoord opnaaien: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik naai op
jij naait op (inversie: naai op jij)
u naait op
hij/zij/het naait op
wij naaien op
jullie naaien op
zij naaien op

Verleden tijd

ik naaide op
jij naaide op
u naaide op
hij/zij/het naaide op
wij naaiden op
jullie naaiden op
zij naaiden op

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik opnaai
(dat) jij opnaait
(dat) u opnaait
(dat) hij/zij/het opnaait
(dat) wij opnaaien
(dat) jullie opnaaien
(dat) zij opnaaien

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik opnaaide
(dat) jij opnaaide
(dat) u opnaaide
(dat) hij/zij/het opnaaide
(dat) wij opnaaiden
(dat) jullie opnaaiden
(dat) zij opnaaiden

Gebiedende wijs

Imperatief

naai op

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

opnaaien

Gerundium

opnaaien

Onvoltooid deelwoord

opnaaiend

Voltooid deelwoord

opgenaaid

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.