Vervoeging van oplijsten

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

oplijsten
to list
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)lijst op
Verleden tijd (ik)lijstte op
Voltooid deelwoordopgelijst
Volledige vervoeging van het werkwoord oplijsten: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik lijst op
jij lijst op
u lijst op
hij/zij/het lijst op
wij lijsten op
jullie lijsten op
zij lijsten op

Verleden tijd

ik lijstte op
jij lijstte op
u lijstte op
hij/zij/het lijstte op
wij lijstten op
jullie lijstten op
zij lijstten op

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik oplijst
(dat) jij oplijst
(dat) u oplijst
(dat) hij/zij/het oplijst
(dat) wij oplijsten
(dat) jullie oplijsten
(dat) zij oplijsten

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik oplijstte
(dat) jij oplijstte
(dat) u oplijstte
(dat) hij/zij/het oplijstte
(dat) wij oplijstten
(dat) jullie oplijstten
(dat) zij oplijstten

Gebiedende wijs

Imperatief

lijst op

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

oplijsten

Gerundium

oplijsten

Onvoltooid deelwoord

oplijstend

Voltooid deelwoord

opgelijst

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.