to revive
Tegenwoordige tijd (ik)leef op
Verleden tijd (ik)leefde op
Voltooid deelwoordopgeleefd
Volledige vervoeging van het werkwoord opleven: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik leef op
jij leeft op (inversie: leef op jij)
u leeft op
hij/zij/het leeft op
wij leven op
jullie leven op
zij leven op
Verleden tijd
ik leefde op
jij leefde op
u leefde op
hij/zij/het leefde op
wij leefden op
jullie leefden op
zij leefden op
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik opleef
(dat) jij opleeft
(dat) u opleeft
(dat) hij/zij/het opleeft
(dat) wij opleven
(dat) jullie opleven
(dat) zij opleven
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik opleefde
(dat) jij opleefde
(dat) u opleefde
(dat) hij/zij/het opleefde
(dat) wij opleefden
(dat) jullie opleefden
(dat) zij opleefden
Gebiedende wijs
Imperatief
leef op
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
opleven
Gerundium
opleven
Onvoltooid deelwoord
oplevend
Voltooid deelwoord
opgeleefd
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.