Vervoeging van opleuken

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

opleuken
to embellish, to decorate, to make more stylish
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)leuk op
Verleden tijd (ik)leukte op
Voltooid deelwoordopgeleukt
Volledige vervoeging van het werkwoord opleuken: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik leuk op
jij leukt op (inversie: leuk op jij)
u leukt op
hij/zij/het leukt op
wij leuken op
jullie leuken op
zij leuken op

Verleden tijd

ik leukte op
jij leukte op
u leukte op
hij/zij/het leukte op
wij leukten op
jullie leukten op
zij leukten op

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik opleuk
(dat) jij opleukt
(dat) u opleukt
(dat) hij/zij/het opleukt
(dat) wij opleuken
(dat) jullie opleuken
(dat) zij opleuken

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik opleukte
(dat) jij opleukte
(dat) u opleukte
(dat) hij/zij/het opleukte
(dat) wij opleukten
(dat) jullie opleukten
(dat) zij opleukten

Gebiedende wijs

Imperatief

leuk op

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

opleuken

Gerundium

opleuken

Onvoltooid deelwoord

opleukend

Voltooid deelwoord

opgeleukt

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.