Vervoeging van oplepelen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

oplepelen
to spoon-feed (to help somebody to eat using a spoon)
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)lepel op
Verleden tijd (ik)lepelde op
Voltooid deelwoordopgelepeld
Volledige vervoeging van het werkwoord oplepelen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik lepel op
jij lepelt op (inversie: lepel op jij)
u lepelt op
hij/zij/het lepelt op
wij lepelen op
jullie lepelen op
zij lepelen op

Verleden tijd

ik lepelde op
jij lepelde op
u lepelde op
hij/zij/het lepelde op
wij lepelden op
jullie lepelden op
zij lepelden op

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik oplepel
(dat) jij oplepelt
(dat) u oplepelt
(dat) hij/zij/het oplepelt
(dat) wij oplepelen
(dat) jullie oplepelen
(dat) zij oplepelen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik oplepelde
(dat) jij oplepelde
(dat) u oplepelde
(dat) hij/zij/het oplepelde
(dat) wij oplepelden
(dat) jullie oplepelden
(dat) zij oplepelden

Gebiedende wijs

Imperatief

lepel op

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

oplepelen

Gerundium

oplepelen

Onvoltooid deelwoord

oplepelend

Voltooid deelwoord

opgelepeld

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.