Vervoeging van opleiden

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

opleiden
to lead up
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)leid op
Verleden tijd (ik)leidde op
Voltooid deelwoordopgeleid
Volledige vervoeging van het werkwoord opleiden: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik leid op
jij leidt op (inversie: leid op jij)
u leidt op
hij/zij/het leidt op
wij leiden op
jullie leiden op
zij leiden op

Verleden tijd

ik leidde op
jij leidde op
u leidde op
hij/zij/het leidde op
wij leidden op
jullie leidden op
zij leidden op

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik opleid
(dat) jij opleidt
(dat) u opleidt
(dat) hij/zij/het opleidt
(dat) wij opleiden
(dat) jullie opleiden
(dat) zij opleiden

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik opleidde
(dat) jij opleidde
(dat) u opleidde
(dat) hij/zij/het opleidde
(dat) wij opleidden
(dat) jullie opleidden
(dat) zij opleidden

Gebiedende wijs

Imperatief

leid op

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

opleiden

Gerundium

opleiden

Onvoltooid deelwoord

opleidend

Voltooid deelwoord

opgeleid

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.