Vervoeging van opkrikken

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

opkrikken
to lift with a jack
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)krik op
Verleden tijd (ik)krikte op
Voltooid deelwoordopgekrikt
Volledige vervoeging van het werkwoord opkrikken: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik krik op
jij krikt op (inversie: krik op jij)
u krikt op
hij/zij/het krikt op
wij krikken op
jullie krikken op
zij krikken op

Verleden tijd

ik krikte op
jij krikte op
u krikte op
hij/zij/het krikte op
wij krikten op
jullie krikten op
zij krikten op

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik opkrik
(dat) jij opkrikt
(dat) u opkrikt
(dat) hij/zij/het opkrikt
(dat) wij opkrikken
(dat) jullie opkrikken
(dat) zij opkrikken

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik opkrikte
(dat) jij opkrikte
(dat) u opkrikte
(dat) hij/zij/het opkrikte
(dat) wij opkrikten
(dat) jullie opkrikten
(dat) zij opkrikten

Gebiedende wijs

Imperatief

krik op

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

opkrikken

Gerundium

opkrikken

Onvoltooid deelwoord

opkrikkend

Voltooid deelwoord

opgekrikt

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.