Vervoeging van opknopen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

opknopen
to hang, to string up (to execute by hanging)
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)knoop op
Verleden tijd (ik)knoopte op
Voltooid deelwoordopgeknoopt
Volledige vervoeging van het werkwoord opknopen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik knoop op
jij knoopt op (inversie: knoop op jij)
u knoopt op
hij/zij/het knoopt op
wij knopen op
jullie knopen op
zij knopen op

Verleden tijd

ik knoopte op
jij knoopte op
u knoopte op
hij/zij/het knoopte op
wij knoopten op
jullie knoopten op
zij knoopten op

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik opknoop
(dat) jij opknoopt
(dat) u opknoopt
(dat) hij/zij/het opknoopt
(dat) wij opknopen
(dat) jullie opknopen
(dat) zij opknopen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik opknoopte
(dat) jij opknoopte
(dat) u opknoopte
(dat) hij/zij/het opknoopte
(dat) wij opknoopten
(dat) jullie opknoopten
(dat) zij opknoopten

Gebiedende wijs

Imperatief

knoop op

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

opknopen

Gerundium

opknopen

Onvoltooid deelwoord

opknopend

Voltooid deelwoord

opgeknoopt

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.