Vervoeging van opknappen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

opknappen
to overhaul, to renovate, to refurbish
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)knap op
Verleden tijd (ik)knapte op
Voltooid deelwoordopgeknapt
Volledige vervoeging van het werkwoord opknappen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik knap op
jij knapt op (inversie: knap op jij)
u knapt op
hij/zij/het knapt op
wij knappen op
jullie knappen op
zij knappen op

Verleden tijd

ik knapte op
jij knapte op
u knapte op
hij/zij/het knapte op
wij knapten op
jullie knapten op
zij knapten op

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik opknap
(dat) jij opknapt
(dat) u opknapt
(dat) hij/zij/het opknapt
(dat) wij opknappen
(dat) jullie opknappen
(dat) zij opknappen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik opknapte
(dat) jij opknapte
(dat) u opknapte
(dat) hij/zij/het opknapte
(dat) wij opknapten
(dat) jullie opknapten
(dat) zij opknapten

Gebiedende wijs

Imperatief

knap op

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

opknappen

Gerundium

opknappen

Onvoltooid deelwoord

opknappend

Voltooid deelwoord

opgeknapt

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.