Vervoeging van opkikkeren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

opkikkeren
to cheer up
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)kikker op
Verleden tijd (ik)kikkerde op
Voltooid deelwoordopgekikkerd
Volledige vervoeging van het werkwoord opkikkeren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik kikker op
jij kikkert op (inversie: kikker op jij)
u kikkert op
hij/zij/het kikkert op
wij kikkeren op
jullie kikkeren op
zij kikkeren op

Verleden tijd

ik kikkerde op
jij kikkerde op
u kikkerde op
hij/zij/het kikkerde op
wij kikkerden op
jullie kikkerden op
zij kikkerden op

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik opkikker
(dat) jij opkikkert
(dat) u opkikkert
(dat) hij/zij/het opkikkert
(dat) wij opkikkeren
(dat) jullie opkikkeren
(dat) zij opkikkeren

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik opkikkerde
(dat) jij opkikkerde
(dat) u opkikkerde
(dat) hij/zij/het opkikkerde
(dat) wij opkikkerden
(dat) jullie opkikkerden
(dat) zij opkikkerden

Gebiedende wijs

Imperatief

kikker op

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

opkikkeren

Gerundium

opkikkeren

Onvoltooid deelwoord

opkikkerend

Voltooid deelwoord

opgekikkerd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.