Vervoeging van opjagen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

opjagen
to chase
separable strong weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)jaag op
Verleden tijd (ik)joeg op
Voltooid deelwoordopgejaagd
Volledige vervoeging van het werkwoord opjagen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik jaag op
jij jaagt op (inversie: jaag op jij)
u jaagt op
hij/zij/het jaagt op
wij jagen op
jullie jagen op
zij jagen op

Verleden tijd

ik joeg op
jij joeg op
u joeg op
hij/zij/het joeg op
wij joegen op
jullie joegen op
zij joegen op

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik opjaag
(dat) jij opjaagt
(dat) u opjaagt
(dat) hij/zij/het opjaagt
(dat) wij opjagen
(dat) jullie opjagen
(dat) zij opjagen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik opjoeg
(dat) jij opjoeg
(dat) u opjoeg
(dat) hij/zij/het opjoeg
(dat) wij opjoegen
(dat) jullie opjoegen
(dat) zij opjoegen

Gebiedende wijs

Imperatief

jaag op

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

opjagen

Gerundium

opjagen

Onvoltooid deelwoord

opjagend

Voltooid deelwoord

opgejaagd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.