Vervoeging van ophouden

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

ophouden
to finish, end (to come to an end)
irregular separable strong
scheidbaar
onregelmatig
Tegenwoordige tijd (ik)hou op / houd op
Verleden tijd (ik)hield op
Voltooid deelwoordopgehouden
Volledige vervoeging van het werkwoord ophouden: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik hou op / houd op
jij houdt op / hou op / houd op
u houdt op
hij/zij/het houdt op
wij houden op
jullie houden op
zij houden op

Verleden tijd

ik hield op
jij hield op
u hield op
hij/zij/het hield op
wij hielden op
jullie hielden op
zij hielden op

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik ophou / ophoud
(dat) jij ophoudt
(dat) u ophoudt
(dat) hij/zij/het ophoudt
(dat) wij ophouden
(dat) jullie ophouden
(dat) zij ophouden

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik ophield
(dat) jij ophield
(dat) u ophield
(dat) hij/zij/het ophield
(dat) wij ophielden
(dat) jullie ophielden
(dat) zij ophielden

Gebiedende wijs

Imperatief

hou op / houd op

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

ophouden

Gerundium

ophouden

Onvoltooid deelwoord

ophoudend

Voltooid deelwoord

opgehouden

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.