Vervoeging van ophoesten

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

ophoesten
to cough up, to expectorate
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)hoest op
Verleden tijd (ik)hoestte op
Voltooid deelwoordopgehoest
Volledige vervoeging van het werkwoord ophoesten: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik hoest op
jij hoest op
u hoest op
hij/zij/het hoest op
wij hoesten op
jullie hoesten op
zij hoesten op

Verleden tijd

ik hoestte op
jij hoestte op
u hoestte op
hij/zij/het hoestte op
wij hoestten op
jullie hoestten op
zij hoestten op

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik ophoest
(dat) jij ophoest
(dat) u ophoest
(dat) hij/zij/het ophoest
(dat) wij ophoesten
(dat) jullie ophoesten
(dat) zij ophoesten

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik ophoestte
(dat) jij ophoestte
(dat) u ophoestte
(dat) hij/zij/het ophoestte
(dat) wij ophoestten
(dat) jullie ophoestten
(dat) zij ophoestten

Gebiedende wijs

Imperatief

hoest op

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

ophoesten

Gerundium

ophoesten

Onvoltooid deelwoord

ophoestend

Voltooid deelwoord

opgehoest

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.