Vervoeging van ophemelen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

ophemelen
to extol, to laud, to praise into the heavens
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)hemel op
Verleden tijd (ik)hemelde op
Voltooid deelwoordopgehemeld
Volledige vervoeging van het werkwoord ophemelen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik hemel op
jij hemelt op (inversie: hemel op jij)
u hemelt op
hij/zij/het hemelt op
wij hemelen op
jullie hemelen op
zij hemelen op

Verleden tijd

ik hemelde op
jij hemelde op
u hemelde op
hij/zij/het hemelde op
wij hemelden op
jullie hemelden op
zij hemelden op

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik ophemel
(dat) jij ophemelt
(dat) u ophemelt
(dat) hij/zij/het ophemelt
(dat) wij ophemelen
(dat) jullie ophemelen
(dat) zij ophemelen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik ophemelde
(dat) jij ophemelde
(dat) u ophemelde
(dat) hij/zij/het ophemelde
(dat) wij ophemelden
(dat) jullie ophemelden
(dat) zij ophemelden

Gebiedende wijs

Imperatief

hemel op

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

ophemelen

Gerundium

ophemelen

Onvoltooid deelwoord

ophemelend

Voltooid deelwoord

opgehemeld

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.