Vervoeging van ophelpen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

ophelpen
to help get up, to make stand up
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)help op
Verleden tijd (ik)hielp op
Voltooid deelwoordopgeholpen
Volledige vervoeging van het werkwoord ophelpen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik help op
jij helpt op (inversie: help op jij)
u helpt op
hij/zij/het helpt op
wij helpen op
jullie helpen op
zij helpen op

Verleden tijd

ik hielp op
jij hielp op
u hielp op
hij/zij/het hielp op
wij hielpen op
jullie hielpen op
zij hielpen op

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik ophelp
(dat) jij ophelpt
(dat) u ophelpt
(dat) hij/zij/het ophelpt
(dat) wij ophelpen
(dat) jullie ophelpen
(dat) zij ophelpen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik ophielp
(dat) jij ophielp
(dat) u ophielp
(dat) hij/zij/het ophielp
(dat) wij ophielpen
(dat) jullie ophielpen
(dat) zij ophielpen

Gebiedende wijs

Imperatief

help op

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

ophelpen

Gerundium

ophelpen

Onvoltooid deelwoord

ophelpend

Voltooid deelwoord

opgeholpen

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.