Vervoeging van ophelderen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

ophelderen
to clarify, to clear up
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)helder op
Verleden tijd (ik)helderde op
Voltooid deelwoordopgehelderd
Volledige vervoeging van het werkwoord ophelderen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik helder op
jij heldert op (inversie: helder op jij)
u heldert op
hij/zij/het heldert op
wij helderen op
jullie helderen op
zij helderen op

Verleden tijd

ik helderde op
jij helderde op
u helderde op
hij/zij/het helderde op
wij helderden op
jullie helderden op
zij helderden op

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik ophelder
(dat) jij opheldert
(dat) u opheldert
(dat) hij/zij/het opheldert
(dat) wij ophelderen
(dat) jullie ophelderen
(dat) zij ophelderen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik ophelderde
(dat) jij ophelderde
(dat) u ophelderde
(dat) hij/zij/het ophelderde
(dat) wij ophelderden
(dat) jullie ophelderden
(dat) zij ophelderden

Gebiedende wijs

Imperatief

helder op

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

ophelderen

Gerundium

ophelderen

Onvoltooid deelwoord

ophelderend

Voltooid deelwoord

opgehelderd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.